Raad van State 2016-11-23 — Bestuursrecht
Instantie en datum — Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 23 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3131, zaaknummer 201502095/1/A3, hoger beroep. Kernvraag — Mag een bestuursorgaan een herhaald verzoek om wijziging van persoonsgegevens in de BRP afwijzen met toepassing van artikel 4:6 lid 2 Awb, onder verwijzing naar eerdere besluiten, als niet is onderzocht of alle overgelegde documenten daadwerkelijk eerder hadden kunnen worden overgelegd? Tevens is aan de orde of de Afdeling haar ne bis in idem-rechtspraak aanpast voor gevallen buiten de Vreemdelingenwet 2000 en de Wet COa. Feiten — Appellante is in 1999 ingeschreven in de GBA op basis van een eigen verklaring. Zij heeft in 2009, 2010 en 2012 herhaaldelijk verzocht om wijziging van haar geregistreerde persoonsgegevens (naam, geboortedatum en geboorteplaats). Het college heeft deze verzoeken telkens afgewezen; de eerste twee afwijzingen staan in rechte vast. Bij het derde verzoek in 2012 heeft appellante onder meer een Mongolische identiteitskaart overgelegd die was afgegeven op 15 augustus 2012. Het college heeft dit verzoek eveneens afgewezen op grond van artikel 4:6 lid 2 Awb, omdat niet van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zou zijn gebleken. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Overwegingen — Over rechterlijke onpartijdigheid overweegt de Afdeling (r.o. 2.1) dat de enkele omstandigheid dat dezelfde rechter in een eerdere procedure uitspraak heeft gedaan op een verzoek om een voorlopige…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken