Raad van State 2020-02-12 — Bestuursrecht
Instantie en datum — Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, 12 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:452, zaaknummer 201802281/3/R2, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Zijn de voorwaarden in de Verordening ruimte Noord-Brabant 2017 over zorgvuldige veehouderij, cumulatieve geurhinder, fijnstof (PM10) en staldering — zoals doorvertaald in het bestemmingsplan "Buitengebied Mill en Sint Hubert, herziening 2018" — verbindend en rechtmatig? Meer in het bijzonder: is artikel 7l van het Besluit uitvoering Chw geldig als grondslag voor de Verordening, doorkruisen de fijnstofnorm en de geurnorm hogere sectorale regelgeving, en zijn de regels in overeenstemming met artikel 4.1 lid 1 Wro en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur? Feiten — De raad van Mill en Sint Hubert stelde op 8 februari 2018 een partiële herziening van het bestemmingsplan buitengebied vast. Het plan voegde afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden toe voor veehouderijen, maar verbond daaraan voorwaarden uit de provinciale Verordening ruimte Noord-Brabant 2017: het treffen van maatregelen voor een zorgvuldige veehouderij (uitgewerkt via de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij 2.0), een norm voor cumulatieve geurhinder (maximaal 12% achtergrondbelasting in bebouwde kom, 20% in buitengebied), een norm voor jaargemiddelde fijnstofconcentratie PM10 (maximaal 31,2 μg/m³), een zorgvuldige dialoog met de omgeving en de stalderingsregeling voor hokdierhouderijen. POV, de brancheorganisatie van varkenshoud…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken