ECLI:NL:RVS:2021:1468

Raad van State 2021-07-07 — Bestuursrecht

Samenvatting

Instantie en datum Raad van State, 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1468, zaaknummers 202006932/3/A3, 202002668/2/A3 en 202000475/2/A3; conclusie ex art. 8:12a Awb van staatsraden advocaat-generaal Widdershoven en Wattel. Kernvraag Hoe indringend dient de bestuursrechter niet-bestraffende bestuurlijke sancties en maatregelen te toetsen aan het evenredigheidsbeginsel, en welk toetsingskader geldt daarvoor, mede in het licht van het EU-recht en het EVRM? In het verlengde daarvan: hoe ver reikt die toetsing wanneer de sanctieoplegging beleidsmatig of wettelijk is gefixeerd? Feiten Zaak 1 betreft een woningsluiting voor twaalf maanden op grond van art. 13b Opiumwet van een pand in Ried (gemeente Waadhoeke), nadat bij doorzoeking grote hoeveelheden drugs, contanten en drugsgerelateerde spullen waren aangetroffen in de kamer van een tijdelijk inwonende zoon; de eigenaar-bewoners waren zelf niet betrokken. De rechtbank bracht de sluitingsduur terug naar zes maanden. Zaak 2 betreft een woningsluiting voor zes maanden van een huurwoning in Harderwijk, nadat bij doorzoeking harddrugs en handelsgerelateerde goederen waren aangetroffen; de twee betrokken zoons zijn aangehouden en gedetineerd, terwijl de vader-huurder zelf niet direct betrokken was. De rechtbank vernietigde het sluitingsbesluit volledig. Zaak 3 betreft de invordering van een verbeurde dwangsom van € 50.000 wegens overtreding van art. 21 lid 1 onder c Huisvestingswet (omzetting zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte zon…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken