Raad van State 2022-06-22 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1664, zaaknummer 202101443/1/V2, hoger beroep. Kernvraag — Wanneer moet de bestuursrechter een nationale procedureregel buiten toepassing laten wegens bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende, feiten of omstandigheden als bedoeld in paragraaf 45 van het arrest Bahaddar (EHRM 19 februari 1998)? En: heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de staatssecretaris nader onderzoek moet verrichten naar de positie van atheïsten en afvallige moslims bij terugkeer naar Irak? Feiten — De vreemdeling, Iraaks staatsburger, heeft een vierde asielaanvraag ingediend op de grond dat hij afvallig moslim en atheïst is. De staatssecretaris heeft die afvalligheid en dat atheïsme geloofwaardig geacht, maar de aanvraag afgewezen omdat geen reëel risico op artikel 3 EVRM-schending aannemelijk is gemaakt. De vreemdeling heeft zijn beroepsgronden te laat ingediend, waarna de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Na gegrondverklaring van het verzet heeft de rechtbank het beroep alsnog gegrond verklaard en de staatssecretaris opgedragen nader onderzoek te doen, omdat zij zonder dat onderzoek niet deugdelijk kon beoordelen of zich Bahaddar-omstandigheden voordeden. Oordeel hof — Niet van toepassing (uitspraak Raad van State in hoger beroep). Overwegingen — De Afdeling gebruikt deze zaak om de Bahaddar-doctrine uitputtend te verduidelijken (r.o. 5-22), en beoordeelt vervolgens het…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken