Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2019-10-15 — Civiel recht
Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 oktober 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:8462, zaaknummer 200.200.437/01, hoger beroep. Kernvraag — Kan Dexia een verklaring voor recht verkrijgen dat zij niets meer aan de afnemer verschuldigd is uit hoofde van effectenleaseovereenkomsten, nu de afnemer stelt nog een vordering op Dexia te hebben omdat tussenpersoon Spaar Select hem heeft geadviseerd zonder de vereiste vergunning en Dexia dat wist of behoorde te weten? Feiten — In mei 2001 zijn tussen Bank Labouchere (rechtsvoorganger van Dexia) en de afnemer twee effectenleaseovereenkomsten 'Overwaarde Effect' tot stand gekomen, nadat een medewerker van Spaar Select Almere de afnemer thuis had bezocht voor een adviesgesprek en twee aanvraagformulieren had ingestuurd. De overeenkomsten zijn tussentijds beëindigd, resulterend in een negatief saldo van elk € 4.415,37. Dexia heeft op 18 januari 2012 in totaal € 8.053,42 aan de afnemer uitgekeerd op grond van het hofmodel. De afnemer heeft de door Dexia aangeboden 'waiver' niet ondertekend. Dexia vordert in deze procedure een verklaring voor recht dat zij aan al haar verplichtingen heeft voldaan. Overwegingen — Het hof stelt voorop dat de stelplicht en bewijslast voor de gevorderde verklaring voor recht op Dexia rusten, en dat de afnemer kan volstaan met duidelijk te maken op welk punt hij nog een vordering stelt te hebben (r.o. 5.3). Dexia's verjaringsverweer faalt omdat de schending van art. 41 NR 1999 uitsluitend een rol speelt b…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken