Hoge Raad 2016-09-02 — Civiel recht
Instantie en datum — Hoge Raad, 2 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2015, zaaknummer 14/04926, cassatie. Kernvraag — Mocht een cliëntenremisier onder de Wte 1995 zonder vergunning ook optreden als beleggingsadviseur jegens de potentiële cliënt die hij bij een effecteninstelling aanbracht? En welke gevolgen heeft schending van art. 41 NR 1999 door Dexia voor de verdeling van schade op grond van art. 6:101 BW? Feiten — Verweerder sloot in 1998 via cliëntenremisier SpaarSelect twee effectenleaseovereenkomsten (Maximaal Rendement Effect) met Dexia. De overeenkomsten werden in 2005 tussentijds beëindigd met een restschuld. Verweerder keerde zich buiten de WCAM-overeenkomst om (opt-out). Tussen partijen stond niet ter discussie dat Dexia haar zorgplicht had geschonden en dat de leasetermijnen een onaanvaardbaar zware last vormden. Dexia vorderde betaling van één derde van de restschuld op grond van het gebruikelijke hofmodel. Verweerder betoogde dat SpaarSelect hem ook had geadviseerd en Dexia daarvan wist of behoorde te weten, zodat een gunstiger schadeverdeling gold. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat een cliëntenremisier die mede als beleggingsadviseur optrad, vergunningplichtig was krachtens de Wte 1995 en de vrijstelling van art. 12 Vrijstellingsregeling Wte 1995 overschreed. Indien Dexia wist of behoorde te weten dat SpaarSelect verweerder had geadviseerd, handelde zij in strijd met art. 41 NR 1999 en daarmee onrechtmatig jegens verweerder. In dat geval leidde dit tot een sch…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken