Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2024-08-20 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20 augustus 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:5335, zaaknummer 22/2333, hoger beroep. Kernvraag — Is de naheffingsaanslag BPM terecht en tot het juiste bedrag opgelegd, en heeft de rechtbank ten onrechte nagelaten een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toe te kennen? Feiten — Belanghebbende heeft op 4 april 2019 op aangifte € 735 aan BPM voldaan voor een VW Golf 2.0 TSI R 4Motion. Het taxatierapport van 8 maart 2019 hield rekening met een vermindering van de handelsinkoopwaarde wegens schade van € 19.250. De schade was echter reeds ten tijde van de aangifte (nagenoeg geheel) hersteld, en de auto komt voor op een in de handel algemeen toegepaste koerslijst. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag van € 3.954 op, gebaseerd op de XRAY-koerslijst. De rechtbank verminderde de aanslag tot € 3.784 door op grond van het gelijkheidsbeginsel (verbod op willekeur) een correctie van 15% voor 'bijstelling markt- en dealersituatie' toe te passen op de Eurotax-koerslijst, maar kent géén schadevergoeding wegens termijnoverschrijding toe. Het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur – gericht tegen die 15%-correctie – is door hem ingetrokken. Overwegingen — In r.o. 4.1 oordeelt het hof dat, nu de schade ten tijde van de aangifte was hersteld en de auto voorkomt op een in de handel algemeen toegepaste koerslijst, het belanghebbende op grond van art. 10 lid 8 Wet BPM niet is toegestaan de taxatiemethode te hanteren. Da…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken