ECLI:NL:GHARL:2021:10307

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2021-11-11 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 november 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10307, zaaknummers 20/01009 t/m 20/01013, hoger beroep. Kernvraag — In hoeverre zijn aan belanghebbende over de tijdvakken 2013-2017 terecht naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd, en welk richtsnoer dienen de gerechtshoven te hanteren bij de begroting van proceskostenvergoedingen in belastingzaken? Feiten — Aan belanghebbende zijn op 7 september 2018 over de tijdvakken 2013 tot en met 2017 vijf naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd, telkens met belastingrentebeschikkingen; over 2016 en 2017 zijn tevens boetes opgelegd. De Inspecteur handhaafde de aanslagen en beschikkingen in bezwaar. De Rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde hoger beroep in. Overwegingen — Ter zitting van 13 oktober 2021 zijn partijen bij wijze van compromis overeengekomen dat de naheffingsaanslagen worden verminderd tot elk € 8.000,-, de boetebeschikkingen worden vernietigd, de belastingrentebeschikkingen worden vernietigd, en de Inspecteur de proceskosten conform het puntenstelsel van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) vergoedt, alsmede de betaalde griffierechten. Het hof beslist dienovereenkomstig (r.o. 2.1-2.2). Bij de proceskostenbegroting (r.o. 3.1) kent het hof voor de eerste aanleg 2½ punt toe (beroepschrift, bijwonen zitting, bijwonen nadere zitting; wegingsfactor 1 × € 748 = € 1.870) en voor het hoger beroep 2 punten (hogerberoepschrift en bijwonen zitti…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken