Hoge Raad 2011-09-23 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 23 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT2293, zaaknummer 10/04238, cassatie. Kernvraag — Dient bij de bepaling van het gewicht van een zaak in het kader van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) als uitgangspunt te worden genomen dat een zaak gemiddeld zwaar is, waarbij de partij die een lagere wegingsfactor bepleit dat nader moet onderbouwen, of staat het de beoordelende instantie vrij om op basis van een eigen waardering de gewichtscategorie vast te stellen? Feiten — Aan belanghebbende is een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2004 opgelegd. De Inspecteur heeft het bezwaar gegrond verklaard en de aanslag vernietigd, maar heeft bij de kostenvergoeding voor de bezwaarfase een wegingsfactor 0,25 (zeer licht) gehanteerd. De Rechtbank Haarlem stelde als uitgangspunt dat een bezwaar in beginsel als gemiddeld (wegingsfactor 1) wordt aangemerkt en dat het op de weg van de Inspecteur lag om afdoende te onderbouwen dat de zaak als zeer licht moest worden aangemerkt; nu de Inspecteur daarin niet was geslaagd, verhoogde de Rechtbank de vergoeding. Het Hof Amsterdam vernietigde de uitspraak van de Rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat iedere zaak zelfstandig moet worden beoordeeld en dat de door de Rechtbank geformuleerde regel geen steun vindt in het recht. Oordeel hof — Het Hof heeft geoordeeld dat de door de Rechtbank geformuleerde regel — inhoudende dat als uitgangspunt geldt dat een zaak gemi…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken