ECLI:NL:GHSHE:2022:4076

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2022-12-06 — Civiel recht; Verbintenissenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 6 december 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:4076, zaaknummer 200.282.057/01, hoger beroep. Kernvraag — Is de vordering van een afnemer van effectenleaseproducten op Dexia verjaard, en heeft Spaar Select als cliëntenremisier vergunningplichtig beleggingsadvies gegeven waarvan Dexia wist of behoorde te weten, zodat de billijkheidscorrectie van art. 6:101 BW meebrengt dat Dexia's vergoedingsplicht volledig in stand blijft? Feiten — De afnemer heeft via tussenpersoon Spaar Select een of meerdere effectenleaseovereenkomsten met Dexia gesloten. Na beëindiging van de overeenkomst bleek uit de eindafrekening dat de afnemer een bedrag aan Dexia moest betalen dan wel zijn inleg (deels) had verloren. Spaar Select beschikte niet over een vergunning op grond van art. 7 lid 1 Wte (oud) maar kon een beroep doen op de vrijstelling van art. 12 lid 1 Vrijstellingsregeling Wte (oud) voor cliëntenremisiers. De afnemer heeft na ontvangst van de eindafrekening stuitingsbrieven gestuurd en een opt-out-verklaring ingediend. In eerste aanleg werden de vorderingen van de afnemer grotendeels toegewezen en die van Dexia afgewezen. Overwegingen — Ten aanzien van de verjaring overweegt het hof in r.o. 3.5–3.7 dat de vijfjarige verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW is gaan lopen op het moment dat de afnemer de eindafrekening ontving. De verjaringstermijn is echter tijdig gestuit. Een schriftelijke mededeling in de zin van art. 3:317 lid 1 BW moet een voldoend…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken