Hoge Raad 2009-04-24 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 24 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI1968, zaaknummer 07/12961, cassatie. Kernvraag — Op wie rust de bewijslast in een geschil over limietoverschrijding als bedoeld in art. 229b lid 1 Gemeentewet, en welke eisen gelden voor de motivering door de heffingsambtenaar? Feiten — Aan belanghebbende (X C.V.) is voor het jaar 2001 een aanslag rioolafvoerrecht van de gemeente Roosendaal opgelegd. Het Hof 's-Hertogenbosch heeft de rioolrechtverordening onverbindend verklaard omdat de heffingsambtenaar — op wie het Hof de bewijslast legde dat de heffing op inzichtelijke en controleerbare gegevens berustte — niet in die bewijslast was geslaagd, zodat niet kon worden beoordeeld of de geraamde baten de geraamde lasten niet overschreden. Oordeel hof — Het Hof oordeelde dat de bewijslast ter zake van de inzichtelijkheid en controleerbaarheid van de gegevens op de heffingsambtenaar rustte, en dat deze daarin niet was geslaagd. Op grond daarvan verklaarde het de verordening onverbindend zonder te onderzoeken of door de erkende onjuiste post de opbrengstlimiet daadwerkelijk was overschreden. Overwegingen — De Hoge Raad formuleert in r.o. 3.2.1–3.2.5 een limitatief stelsel van procesrechtelijke regels voor limietoverschrijdingsgeschillen, dat hij aan de beoordeling van de middelen ten grondslag legt. Kernoverweging: > Een geschil over, kort gezegd, limietoverschrijding wordt procesrechtelijk hierdoor gekenmerkt dat niet de belanghebbende die het geschilpunt opwerpt, m…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken