ECLI:NL:HR:2014:777

Hoge Raad 2014-04-04 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:777, zaaknummer 12/02475, cassatie. Kernvraag — Welke eisen gelden voor de stelplicht en bewijslast van de heffingsambtenaar en de belanghebbende bij een geschil over de opbrengstlimiet van art. 229b lid 1 Gemeentewet, en mocht het hof het aanbod van de heffingsambtenaar tot het verstrekken van nadere inlichtingen afwijzen? Feiten — Belanghebbende vroeg in 2008 vier bouwvergunningen aan; deze werden op 15 maart 2010 geweigerd, met op dezelfde datum gezonden legesnota's. In hoger beroep verschafte de heffingsambtenaar een raming waaruit een kostendekkingspercentage van 86,9% volgde (geraamde lasten € 1.127.162, geraamde opbrengsten € 979.135). Belanghebbende betwistte die cijfers "bij gebrek aan wetenschap" en noemde in een kort voor de zitting toegezonden pleitnota enkele posten onoverzichtelijk. De heffingsambtenaar bood ter zitting aan nadere inlichtingen te verstrekken; het hof wees dat aanbod af als tardief en als een voorwaardelijk bewijsaanbod. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar niet concreet en cijfermatig was ingegaan op de stellingen van belanghebbende over de kostenposten, dat het aanbod tot nadere inlichtingen te laat was gedaan en conditioneel van aard was, en verklaarde de legesaanslagen volledig vernietigd. Overwegingen — In r.o. 3.3.2 herhaalt de Hoge Raad dat de bewijslast voor feitelijke onderbouwing van een beroep op limietoverschrijding op de belanghebbende rust, ook al is…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken