Hoge Raad 2014-04-18 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:938, zaaknummer 13/00469, cassatie. Kernvraag — Welke eisen gelden voor de stelplicht en bewijslast van de heffingsambtenaar en de belastingplichtige bij een geschil over mogelijke overschrijding van de opbrengstlimiet van art. 229b lid 1 Gemeentewet, en heeft het hof te vergaande eisen gesteld aan de door de heffingsambtenaar te verstrekken ramingen? Feiten — Aan belanghebbende zijn negen aanslagen leges opgelegd ter zake van in behandeling genomen aanvragen voor bouwvergunningen, op grond van de Legesverordeningen 2006 tot en met 2009 van de toenmalige gemeente Harenkarspel. Belanghebbende heeft de aanslagen bestreden met het betoog dat de opbrengstlimiet is overschreden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, nu belanghebbende geen bewijs had aangedragen voor haar stellingen. In hoger beroep heeft de heffingsambtenaar ter zitting een overzicht van geraamde baten en lasten ontleend aan de gemeentelijke begrotingen overgelegd; voor het jaar 2006 zijn geen gegevens verstrekt. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende inzicht had verschaft in de relevante ramingen, onder meer omdat informatie ontbrak over diensten als burgerlijke stand en verstrekkingen uit de gemeentelijke basisadministratie. Het hof concludeerde dat de heffingsambtenaar de bij belanghebbende gerezen twijfel niet naar vermogen had weggenomen en niet aannemelijk had gemaakt dat de legesverordeningen voldeden aan d…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken