ECLI:NL:HR:2015:3309

Hoge Raad 2015-11-24 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3309, zaaknummer 13/04569, cassatie. Kernvraag — Vereist art. 273f lid 1 onder 4° Sr dat uitbuiting (of het oogmerk daarvan) kan worden vastgesteld, en zo ja: welke factoren zijn bepalend voor dat oordeel? Voorts: kan een uitlokkingshandeling tegelijkertijd als zowel gift als belofte worden aangemerkt? Feiten — Verdachte en haar medeverdachten hebben in de periode maart–juli 2008 meerdere vrouwen benaderd om hasj vanuit Marokko naar Nederland te smokkelen. Zij betaalden vliegtickets, verschaften onderdak, beloofden geldbedragen en vertelden de vrouwen dat de douane was omgekocht en de koffers waren geprepareerd. Het hof sprak de verdachte vrij van de mensenhandelfeiten (tenlastelegging 1 en 3) en veroordeelde haar enkel voor medeplegen van uitlokking tot invoer van hasj (tenlastelegging 2 primair). Zowel de verdachte als de Advocaat-Generaal bij het hof stelden cassatieberoep in. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat art. 273f lid 1 onder 4° Sr uitbuiting veronderstelt en dat van zodanige uitbuiting geen sprake was, omdat de betrokken vrouwen in voldoende vrijheid instemden met de drugssmokkel; de doorslaggevende factor voor hun keuze was de beloofde beloning. Met betrekking tot de uitlokking (feit 2) kwalificeerde het hof de bewezenverklaring als medeplegen van uitlokking door giften én beloften. Overwegingen — Het eerste namens de verdachte voorgestelde middel wordt verworpen via art. 81 lid 1 RO (r.o. 2). Twe…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken