ECLI:NL:HR:2017:341

Hoge Raad 2017-03-03 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:341, zaaknummer 16/01176, cassatie. Kernvraag — Was het Hof bevoegd om, op verzoek van belanghebbende tijdens de zitting in hoger beroep, de Inspecteur te gelasten invorderingsrente te vergoeden op de voet van art. 28c Invorderingswet 1990 over het gedeelte van de teruggaaf bpm dat in strijd met het Unierecht was geheven? Feiten — Aan belanghebbende ([X] v.o.f.) was een naheffingsaanslag belasting van personenauto's en motorrijwielen (bpm) opgelegd. Tijdens de zitting bij het Hof op 23 november 2015 deed belanghebbende – onder verwijzing naar het arrest Irimie (HvJ EU 18 april 2013, C-565/11) – een verzoek om rentevergoeding over het gedeelte van de naheffingsaanslag (€ 510) dat zij ten onrechte had betaald. Het Hof gelastte de Inspecteur invorderingsrente te vergoeden op grond van art. 28c Invorderingswet over de teruggaaf van € 133 (het gedeelte dat in strijd met het Unierecht was geheven). Oordeel hof — Het Hof oordeelde dat slechts het gedeelte van de naheffingsaanslag dat in strijd met het Unierecht was geheven (€ 133) in aanmerking kwam voor rentevergoeding op grond van art. 28c Invorderingswet, en gelastte de Inspecteur dienovereenkomstig rente te vergoeden. Overwegingen — De Hoge Raad verwerpt middel II zonder nadere motivering op grond van art. 81 lid 1 Wet RO. De middelen I en III slagen op de volgende gronden. Art. 28c Invorderingswet is per 1 januari 2015 ingevoerd naar aanleiding van het arrest Irimie…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken