Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2019-12-23 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 december 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:5898, zaaknummers BRE 18/6816 t/m 18/6828 en 18/7172, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Heeft een in Duitsland gevestigd Publikum Sondervermögen recht op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting (15%) op grond van de vrijheid van kapitaalverkeer, en zo ja, staat woonstaatneutralisatie door het Duitse belastingstelsel aan dat recht in de weg? Voorts: is belanghebbende voldoende vergelijkbaar met een Nederlandse fiscale beleggingsinstelling (fbi), gelet op onder meer de dooruitdelingseis? Feiten — Belanghebbende is een Publikum Sondervermögen naar Duits recht, zonder rechtspersoonlijkheid, gevestigd in Duitsland. Hij belegt voor particuliere en institutionele deelnemers, is in Duitsland subjectief vrijgesteld van winstbelasting en heeft geen vaste inrichting in Nederland. Over de boekjaren 2002/2003 t/m 2006/2007 en de jaren 2008 t/m 2011 is Nederlandse dividendbelasting ingehouden op dividenden van Nederlandse vennootschappen. Belanghebbende heeft teruggaaf verzocht van in totaal € 4.044.371; de inspecteur wees de verzoeken af en verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk. Partijen zijn het erover eens dat, op grond van het belastingverdrag Nederland-Duitsland, teruggaaf van 10 procentpunten (van de tot en met 2006 geheven 25%) niet in geschil is; de procedure ziet op de overige 15%. Overwegingen — De rechtbank stelt voorop dat de uitspraken op bezwaar moeten worden vernietigd wegen…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken