Hoge Raad 2018-09-28 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Hoge Raad, 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1790, zaaknummer 17/01724, cassatie. Kernvraag — Is de belastingrechter na inwerkingtreding van art. 28c Invorderingswet 1990 (per 1 januari 2015) nog bevoegd de inspecteur te gelasten Irimie-rente te vergoeden? En voldoet de in dat artikel neergelegde regeling aan de Unierechtelijke beginselen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid? Feiten — Belanghebbende heeft op 30 september 2011 € 2.644 aan bpm op aangifte voldaan ter zake van de registratie van een uit Duitsland overgebrachte gebruikte personenauto. Na bezwaar verleende de inspecteur bij ambtshalve beschikking van 23 maart 2012 een teruggaaf van € 356 wegens strijd met het Unierecht; dit bedrag werd op 12 april 2012 terugbetaald. De rechtbank verminderde de geheven bpm met dat bedrag. In hoger beroep erkende de inspecteur dat nog een aanvullende teruggaaf van € 206 verschuldigd was. Belanghebbende had ter zitting bij de rechtbank op 19 juli 2012 op de voet van art. 8:73 Awb verzocht om rentevergoeding over het teruggegeven bedrag. Oordeel hof — Het hof oordeelde dat art. 28c van de Wet buiten toepassing moet blijven wegens strijd met de Unierechtelijke beginselen van doeltreffendheid en gelijkwaardigheid, omdat de regeling (a) een verzoek vereist en (b) aan dat verzoek een termijn van zes weken bij een ander bestuursorgaan dan de inspecteur verbindt. Op grond daarvan gelastte het hof de inspecteur Irimie-rente te vergoeden over beide teruggaven, bere…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken