Rechtbank Den Haag 2023-02-21 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Rechtbank Den Haag (zittingsplaats Middelburg), 21 februari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:3697, zaaknummer NL22.24597, eerste aanleg enkelvoudig. Kernvraag — Is de verlenging van de beslistermijn op asielaanvragen met negen maanden door middel van WBV 2022/22 rechtmatig, zodat de ingebrekestelling van eiser prematuur was en het beroep niet-ontvankelijk is? Feiten — Eiser, Turks staatsburger, heeft op 3 mei 2022 in Nederland een asielaanvraag ingediend. Op grond van art. 42 lid 1 Vw zou verweerder uiterlijk op 3 november 2022 een besluit moeten nemen. Verweerder heeft dat niet gedaan. Eiser heeft verweerder op 16 november 2022 in gebreke gesteld; nadat binnen twee weken geen besluit volgde, heeft eiser op 1 december 2022 beroep ingesteld wegens niet tijdig beslissen. Verweerder beroept zich erop dat WBV 2022/22 de beslistermijn met negen maanden heeft verlengd tot 3 augustus 2023, waardoor de ingebrekestelling te vroeg was ingediend. Overwegingen — De rechtbank stelt voorop dat in geschil is of WBV 2022/22 de beslistermijn van alle op dat moment lopende asielaanvragen rechtsgeldig met negen maanden heeft verlengd (r.o. 5). Art. 31 lid 3 van de herziene Procedurerichtlijn (2013/32/EU) staat verlenging met ten hoogste negen maanden toe bij een groot aantal asielaanvragen waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is de procedure binnen zes maanden af te ronden; deze bepaling is omgezet in art. 42 lid 4 aanhef en onder b Vw (r.o. 6). De rechtbank acht de onderbouw…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken