ECLI:NL:RBDHA:2024:5735

Rechtbank Den Haag 2024-04-19 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Den Haag (zittingsplaats Middelburg), 19 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:5735, zaaknummer NL23.39779, eerste aanleg enkelvoudig. Kernvraag — Heeft verweerder op grond van WBV 2023/3 de beslistermijn op asielaanvragen ingediend vanaf 1 januari 2023 rechtsgeldig met negen maanden kunnen verlengen, en is het beroep wegens niet tijdig beslissen ontvankelijk? Feiten — Eiser diende op 16 mei 2023 een asielaanvraag in. Verweerder verlengde met WBV 2023/3 de beslistermijn op alle asielaanvragen ingediend van 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden op grond van art. 42 lid 4 onder b Vw, wegens een groot aantal gelijktijdig ingediende aanvragen. Eiser stelde beroep in wegens niet tijdig beslissen en vorderde een rechterlijk bevel tot beslissen binnen twee weken op straffe van een dwangsom van € 100 per dag tot een maximum van € 7.500. Overwegingen — De rechtbank ziet geen aanleiding de zaak aan te houden in afwachting van de beantwoording van prejudiciële vragen die de Afdeling bestuursrechtspraak op 8 november 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4125) aan het HvJEU heeft gesteld. De aard van het beroep wegens niet tijdig beslissen en de termijn van art. 8:55b Awb verzetten zich daartegen, terwijl de spoedprocedure niet is benut (r.o. 6). Voor toepassing van de verlengingsbevoegdheid is geen sprake vereist van een plotselinge piek; ook een graduele toename van het aantal aanvragen kan volstaan. De rechtbank sluit aan bij haar eerdere uitspraken van 21 maar…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken