Rechtbank Den Haag 2024-04-19 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Rechtbank Den Haag (zittingsplaats Middelburg), 19 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:5737, zaaknummer NL24.4760, eerste aanleg enkelvoudig. Kernvraag — Was verweerder bevoegd om op grond van WBV 2023/3 de beslistermijn op de asielaanvraag van eiser met negen maanden te verlengen, en zo ja, is het beroep wegens niet tijdig beslissen ontvankelijk? Feiten — Eiser heeft op 18 juli 2023 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft met WBV 2023/3 de beslistermijn op alle asielaanvragen ingediend van 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden verlengd, wegens een aanhoudend hoog aantal eerste asielaanvragen (38.380 in 2023) en beperkte besliscapaciteit van de IND. Eiser heeft verweerder in gebreke gesteld en beroep ingesteld wegens niet tijdig beslissen. Niet in geschil is dat WBV 2023/3 van toepassing is op eisers aanvraag. Overwegingen — De rechtbank ziet geen aanleiding de zaak aan te houden in afwachting van de beantwoording van de door de Afdeling op 8 november 2023 gestelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie. De aard van het beroep wegens niet tijdig beslissen leent zich niet voor aanhouding, en de Afdeling heeft geen gebruik gemaakt van de prejudiciële spoedprocedure (r.o. 6). Voor de vraag wanneer sprake is van "een groot aantal vreemdelingen die tegelijk een aanvraag indient" als bedoeld in art. 42 lid 4 onder b Vw (implementatie van art. 31 lid 3 Procedurerichtlijn) oordeelt de rechtbank, in lijn met haar uitspraken van 21 maart 2023…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken