Raad van State 2023-11-08 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4125, zaaknummer 202300717/1/V1, verwijzingsuitspraak (prejudiciële verwijzing naar het Hof van Justitie van de Europese Unie). Kernvraag — Onder welke voorwaarden mag de beslissingsautoriteit op grond van artikel 31, derde lid, derde volzin en onder b, van Richtlijn 2013/32/EU (Procedurerichtlijn) de beslistermijn van zes maanden voor asielverzoeken met negen maanden verlengen, en meer in het bijzonder: valt een geleidelijke toename van het aantal asielverzoeken over langere tijd onder het begrip "tegelijk", hoe moet "een groot aantal" worden bepaald, geldt een tijdsbegrenzing, en mogen autonome achterstanden of capaciteitsgebrek in de afweging worden betrokken? Feiten — Een Turks staatsburger diende op 10 april 2022 een asielverzoek in. De staatssecretaris nam niet binnen zes maanden een besluit, mede omdat hij met WBV 2022/22 (geldend vanaf 27 september 2022) de beslistermijn voor alle asielverzoeken waarvan de wettelijke termijn nog niet was verstreken, met negen maanden had verlengd op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, Vw 2000 — de implementatie van artikel 31, derde lid, derde volzin en onder b, Procedurerichtlijn. Als reden voor de verlenging noemde de staatssecretaris een onverwacht hoge toename van asielverzoeken in de tweede helft van 2021 en in 2022 (van circa 36.620 totaal in 2021 naar circa 47.991 in 2022), gecombineerd met reeds bestaand…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken