Rechtbank Den Haag 2025-02-27 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Instantie en datum — Rechtbank Den Haag, 27 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2966, zaaknummer SGR 24/8291, eerste aanleg enkelvoudig. Kernvraag — Binnen welke termijn moet het UWV een beslissing op bezwaar nemen in een zaak waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, wanneer de wettelijke termijn van twee weken (art. 8:55d lid 1 Awb) wegens structurele capaciteitstekorten niet haalbaar is? Feiten — Verweerder heeft bij besluit van 1 november 2023 bepaald dat eiseres geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening Jonggehandicapten. Eiseres heeft bezwaar gemaakt en, bij het uitblijven van een beslissing op bezwaar, op 7 oktober 2024 rechtstreeks beroep ingesteld. Verweerder had op 30 juli 2024 al een dwangsombeslissing genomen waarbij aan eiseres een bestuurlijke dwangsom van € 1.442,- is toegekend. Ten tijde van de zitting (14 februari 2025) had het UWV nog geen beslissing op bezwaar genomen; een spreekuurcontact met de verzekeringsarts was gepland op 18 februari 2025. Overwegingen — De beslistermijn is onbestreden overschreden en het beroep is gegrond (r.o. 2). Nu reeds een dwangsombeslissing is genomen, hoeft de rechtbank de hoogte van de verbeurde bestuurlijke dwangsom niet vast te stellen (r.o. 3). De wettelijke hoofdregel van art. 8:55d lid 1 Awb schrijft een termijn van twee weken voor. De rechtbank erkent dat het UWV structureel kampt met tekorten aan verzekeringsartsen, waardoor die termijn niet haalbaar is,…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken