ECLI:NL:RBDHA:2025:5452

Rechtbank Den Haag 2025-03-31 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Den Haag, 31 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:5452, zaaknummer SGR 24/9708, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Welke beslistermijn moet de rechtbank het UWV opleggen bij beroep wegens niet-tijdig beslissen op een herbeoordelingsverzoek waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts vereist is, en geldt daarvoor een onderscheid naargelang het beroep door een werkgever of een particulier is ingesteld? Feiten — Een (ex-)werknemer van eiseres ontvangt een WIA-uitkering. Eiseres heeft op 18 juli 2023 om herbeoordeling van die uitkering verzocht. Het UWV heeft niet tijdig beslist; eiseres heeft het UWV op 23 februari 2024 in gebreke gesteld. Het UWV heeft op 23 april 2024 een dwangsombeslissing genomen en aan eiseres een bestuurlijke dwangsom van € 1.442,- toegekend. Eiseres heeft op 10 december 2024 beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing. Op 24 februari 2025 heeft de (ex-)werknemer een spreekuur bij de verzekeringsarts gehad, waarna deze heeft besloten medische informatie bij de behandelaar op te vragen. Overwegingen — Het beroep is gegrond: de beslistermijn is overschreden, de ingebrekestelling is meer dan twee weken geleden ontvangen en er is nog steeds geen besluit genomen (r.o. 2). De rechter is niet verplicht de hoogte van de verbeurde bestuurlijke dwangsom vast te stellen, nu het UWV die reeds heeft vastgesteld (r.o. 3). De rechtbank kwalificeert zaken waarin een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is als een…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken