ECLI:NL:RVS:2022:1042

Raad van State 2022-04-13 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 13 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1042, zaaknummer 202104072/1/V3, hoger beroep. Kernvraag — Heeft de staatssecretaris deugdelijk gemotiveerd dat hij ten aanzien van Kroatië het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag hanteren, en loopt een overgedragen Dublinclaimant bij terugkeer naar Kroatië geen reëel risico op een situatie in strijd met artikel 4 EU Handvest of artikel 3 EVRM, mede gelet op de systematische pushback-praktijken in dat land? Feiten — De vreemdeling, Algerijns staatsburger, deed een asielaanvraag in Nederland. De staatssecretaris nam die aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk werd geacht. De vreemdeling betoogde dat Kroatië op grote schaal en al gedurende meerdere jaren pushbacks uitvoert, waarbij vreemdelingen stelselmatig worden doorgestuurd naar derde landen zonder dat zij een asielaanvraag hebben kunnen indienen. De rechtbank Den Haag (zittingsplaats Groningen) verklaarde het beroep ongegrond, omdat overgedragen Dublinclaimanten in Kroatië volgens het AIDA-rapport (2020 Update, mei 2021) in beginsel toegang hebben tot de asielprocedure en opvangvoorzieningen. Overwegingen — In r.o. 4 zet de Afdeling het juridisch kader uiteen: op grond van het arrest Jawo (HvJEU 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218, punten 80-81) geldt een weerlegbaar vermoeden dat de behandeling in de aangezochte lidstaat in overeenstemming is met het EU Handvest, het V…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken