Raad van State 2024-02-29 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 29 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:870, zaaknummer 202308013/1/V3, hoger beroep (art. 8:54 lid 1 Awb). Kernvraag — Mag de staatssecretaris bij de toepassing van de Dublinverordening ten aanzien van Bulgarije uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, gelet op de detentieomstandigheden, de toegang tot rechtsbijstand vanuit detentie en de situatie in de Bulgaarse opvangcentra? Voorts: heeft de staatssecretaris toereikend gemotiveerd waarom hij geen aanleiding ziet de asielaanvraag op grond van artikel 17 lid 1 van de Dublinverordening aan zich te trekken? Feiten — De vreemdeling heeft de Syrische nationaliteit en heeft in Nederland een asielaanvraag ingediend. De staatssecretaris heeft de aanvraag bij besluit van 27 oktober 2023 niet in behandeling genomen, omdat Bulgarije op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. De vreemdeling heeft verklaard dat hij in een Bulgaars detentiecentrum door de autoriteiten is mishandeld en in het opvangcentrum slechte hygiënische omstandigheden heeft aangetroffen. De rechtbank vernietigde het besluit omdat zij fundamentele systeemfouten aannam op het punt van detentie, rechtsbijstand en opvang, en omdat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom artikel 17 toepassing miste. Overwegingen — De Afdeling past het in haar uitspraken van 13 april 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1042 en 1043) neergelegde toetsingskader toe: het vermoeden van verdragsconformitei…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken