ECLI:NL:RVS:2022:2006

Raad van State 2022-07-13 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2006, zaaknummer 202104387/1/V1, hoger beroep. Kernvraag — Vereist artikel 8 EVRM dat de staatssecretaris bij een aanvraag tot gezinshereniging van meerderjarige familieleden altijd een volledige belangenafweging verricht, of mag hij volstaan met de vaststelling dat geen 'more than the normal emotional ties' bestaan? Hoe indringend moet de rechtbank die afweging toetsen? Feiten — Een Syrische vrouw (geboren 1958) heeft een mvv aangevraagd voor gezinshereniging bij haar meerderjarige zoon (geboren 1988), die in Nederland een asielvergunning heeft. De staatssecretaris heeft de aanvraag afgewezen omdat geen beschermenswaardig familieleven in de zin van artikel 8 EVRM zou bestaan: er zijn geen 'more than the normal emotional ties'. In geschil zijn de samenwoning in Syrië, de financiële afhankelijkheid van de moeder van haar zoon, en de medische situatie van beiden. De staatssecretaris heeft de vreemdeling en referent in bezwaar niet gehoord. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Overwegingen — De Afdeling benut deze zaak voor een koerswijziging met zaaksoverstijgende strekking (r.o. 3 en 8.1). Uit de rechtspraak van het EHRM leidt de Afdeling af dat het bestaan van familieleven een feitelijke kwestie is, afhankelijk van daadwerkelijk hechte persoonlijke banden. Voor beschermenswaardig familieleven tussen meerderjarige kinderen en hun ouders is vereist dat 'more th…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken