Raad van State 2019-04-04 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 4 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1003, zaaknummer 201807811/1/V1, hoger beroep (art. 8:54 lid 1 Awb). Kernvraag — Bestaat tussen een 51-jarige Marokkaanse vrouw en haar 72-jarige vader 'more than the normal emotional ties' in de zin van artikel 8 EVRM, zodat sprake is van beschermenswaardig familie- of gezinsleven dat recht geeft op een reguliere verblijfsvergunning ten behoeve van mantelzorg? Feiten — De vreemdeling is de dochter van referent, die al sinds 1970 in Nederland verblijft en van 1988 tot 1999 een tbs-maatregel had opgelegd gekregen. Van 2000 tot 2012 woonde de vreemdeling – onrechtmatig in Nederland – samen met referent en zorgde voor hem. Vanaf 2012 verblijft referent gedwongen in een ggz-instelling van Pro Persona. Om hem bij eventueel zelfstandig wonen mantelzorg te kunnen bieden, vroeg de vreemdeling in 2017 een reguliere verblijfsvergunning aan. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat 'more than the normal emotional ties' bestaan. De rechtbank Den Haag (zp Arnhem) vernietigde dat besluit wegens ondeugdelijke motivering. Overwegingen — In r.o. 3.1 zet de Afdeling het juridisch kader uiteen. Uit EHRM-jurisprudentie (o.a. Onur/VK 17 februari 2009 en Kopf en Liberda/Oostenrijk 17 januari 2012) volgt dat voor beschermenswaardig familie- of gezinsleven tussen ouders en niet-jongvolwassen meerderjarige kinderen 'additional elements of dependence'…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken