ECLI:NL:RVS:2022:1043

Raad van State 2022-04-13 — Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Raad van State (Afdeling Bestuursrechtspraak), 13 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1043, zaaknummer 202102939/1/V3, hoger beroep. Kernvraag — Heeft de staatssecretaris deugdelijk gemotiveerd dat hij bij de toepassing van de Dublinverordening ten aanzien van Kroatië van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan uitgaan, in het bijzonder gelet op het risico dat overgedragen Dublinclaimanten door Kroatië middels een pushback worden doorgezonden naar een derde land zonder dat zij een asielprocedure hebben kunnen doorlopen? Feiten — De vreemdeling (Egyptische nationaliteit) diende in Nederland een asielaanvraag in. De staatssecretaris nam die aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk was. De rechtbank vernietigde het besluit van 17 maart 2021 op de grond dat sprake was van stelselmatige behandeling in strijd met art. 3 EVRM door pushbacks, en dat de staatssecretaris ten onrechte van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitging. De staatssecretaris stelde hoger beroep in. Overwegingen — In r.o. 4 beschrijft de Afdeling de werking van het interstatelijk vertrouwensbeginsel: de staatssecretaris vertrekt van het weerlegbare vermoeden dat de aangezochte lidstaat de verplichtingen uit het EU Handvest, het Vluchtelingenverdrag en het EVRM naleeft (Jawo, ECLI:EU:C:2019:218, punten 80-81 en 83-85). In r.o. 4.1-4.2 werkt de Afdeling de bewijsverdeling uit: indien een vreemdeling onder verwijzing naar objectieve informa…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken