ECLI:NL:CRVB:2014:3754

Centrale Raad van Beroep 2014-11-24 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 24 november 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3754, zaaknummers 14/1949 WW, 14/2466 WW en 14/3859 WW, hoger beroep. Kernvraag — Welk boeteregime is van toepassing op een voortdurende overtreding van de inlichtingenverplichting (art. 25 WW) die is aangevangen vóór 1 januari 2013 en voortduurde na die datum? En: hoe moet de hoogte van de boete worden vastgesteld na inwerkingtreding van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving? Feiten — Betrokkene ontving vanaf 1 mei 2012 een WW-uitkering en was tegelijkertijd werkzaam als docent bij meerdere werkgevers. Hij heeft vier uitbreidingen van zijn arbeidsuren — per 1 augustus 2012, 1 oktober 2012, 19 november 2012 en 11 februari 2013 — niet of te laat aan het Uwv gemeld. Op 27 maart 2013 meldde hij zijn werkzaamheden bij Stichting B. alsnog telefonisch. Het Uwv legde een boete op gelijk aan het volledige benadelingsbedrag van € 14.658,01. Overwegingen — De Raad beoordeelt achtereenvolgens: (i) het toepasselijke overgangsrecht en de verenigbaarheid met internationaal recht, (ii) of sprake is van een wettelijk vastgestelde boete, en (iii) de evenredigheid van de concrete boete. Buiten toepassing laten art. XXV lid 2 Wet aanscherping (r.o. 5.7–5.9) De overtredingen zijn deels begaan vóór 1 januari 2013, toen de boete maximaal € 2.269,- bedroeg en het basispercentage 10% van het benadelingsbedrag was. De Raad onderscheidt de situatie van het arrest Rohlena (EHRM 18 april 2013): an…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken