Centrale Raad van Beroep 2016-12-07 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 7 december 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4971, zaaknummer 15/6928 ZW, hoger beroep. Kernvraag — Of het Uwv de beperkingen van appellant in het kader van de eerstejaars ZW-beoordeling (art. 19aa ZW) juist heeft vastgesteld, en in het bijzonder of de verzekeringsarts bezwaar en beroep gehouden was informatie op te vragen bij de behandelend internist-endocrinoloog in verband met diabetes mellitus met neuropathie en bij behandelend artsen in verband met uitgestelde rugoperatie. Feiten — Appellant werkte als medewerker cafetaria (gemiddeld 14,94 uur per week) en meldde zich op 30 april 2013 ziek met rugklachten. Na beëindiging van het dienstverband per 1 mei 2013 ontving hij een ZW-uitkering. Na de eerstejaars ZW-beoordeling werd de uitkering voortgezet. In het kader van de toetsing verbetering belastbaarheid in het tweede ziektejaar bezocht appellant op 5 september 2014 een verzekeringsarts. Op basis van drie geselecteerde functies berekende een arbeidsdeskundige dat appellant meer dan 65% van het maatmaninkomen kon verdienen, waarna het Uwv bij besluit van 16 oktober 2014 het recht op ZW-uitkering per 17 november 2014 beëindigde. Bezwaar en beroep werden ongegrond verklaard. Overwegingen — In r.o. 4.1 zet de Raad het wettelijk kader uiteen: op grond van art. 19aa lid 1 ZW heeft een verzekerde zonder werkgever na 52 weken ongeschiktheid recht op ziekengeld als hij nog steeds ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid én slechts in s…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken