Centrale Raad van Beroep 2019-01-16 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 16 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:286, zaaknummer 16/7390 WAJONG, hoger beroep. Kernvraag — Heeft het Uwv terecht vastgesteld dat appellant op zijn achttiende verjaardag beschikte over arbeidsvermogen in de zin van artikel 1a:1 van de Wajong, zodat de aanvraag om een Wajong-uitkering terecht is afgewezen? Tevens rijst de procedurele vraag in welke volgorde de jonggehandicaptestatus en de uitsluitingsgrond van het zijn van studerende moeten worden beoordeeld. Feiten — Appellant, geboren in 1997, heeft een licht verstandelijke beperking, een autistische stoornis (PDD-NOS), ADHD en darmklachten. Hij diende op 25 februari 2015 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering op grond van hoofdstuk 1A van de Wajong. Het Uwv wees de aanvraag bij besluit van 4 mei 2015 af op de grond dat appellant over arbeidsvermogen beschikt; subsidiair werd gewezen op de uitsluitingsgrond dat appellant schoolgaand was. In bezwaar bleef het Uwv bij beide standpunten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, daarbij primair steunend op de uitsluitingsgrond van het zijn van studerende (artikel 1a:6 lid 1 onder a Wajong) en subsidiair oordelend dat appellant arbeidsvermogen heeft. Overwegingen — In r.o. 4.1.2 corrigeert de Raad de volgorde die de rechtbank hanteerde: anders dan de rechtbank overwoog, volgt uit het samenstel van artikel 1a:1 en artikel 1a:6 van de Wajong dat eerst moet worden beoordeeld of de betrokkene jonggehandicapte is in de zin van a…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken