Centrale Raad van Beroep 2019-12-31 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 31 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:4351, zaaknummer 18/4196 PW, hoger beroep. Kernvraag — Kan een bijstandsgerechtigde met succes een beroep doen op het vertrouwensbeginsel wanneer een medewerker van het klantcontactcentrum van de gemeente haar telefonisch heeft meegedeeld dat zij langer in het buitenland mag verblijven dan bij schriftelijk besluit was toegestaan, en kan die mededeling aan het college worden toegerekend? Feiten — Appellante ontvangt bijstand naar de norm voor een alleenstaande op grond van de Participatiewet. Zij vroeg toestemming voor verblijf in het buitenland van 22 juni 2017 tot 13 september 2017, maar het college verleende bij besluit van 12 juni 2017 slechts toestemming tot 20 juli 2017. Appellante belde daarop via het in de brief vermelde telefoonnummer met het klantcontactcentrum (kcc). De kcc-medewerker raadpleegde het systeem en deelde mee dat appellante daarin stond geregistreerd als gerechtigd tot verblijf tot 13 september 2017, dat de brief dan niet klopte en dat appellante hierover nog bericht zou krijgen. Appellante vertrok een week later zonder het aangekondigde bericht af te wachten. Het college trok de bijstand in met ingang van 21 juli 2017 wegens verblijf in het buitenland langer dan toegestaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Overwegingen — De te beoordelen periode loopt van 21 juli 2017 tot en met 11 augustus 2017. Niet in geschil is dat appellante ingevolge art. 13 lid 1 aan…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken