ECLI:NL:CRVB:2021:2004

Centrale Raad van Beroep 2021-08-11 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 11 augustus 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2004, zaaknummer 19/923 WMO15, hoger beroep. Kernvraag — Had appellante procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van haar bezwaar tegen de afwijzing van maatwerkvoorzieningen voor individuele begeleiding en paardrijden op grond van de Wmo 2015, nadat zij naar een andere gemeente was verhuisd? En heeft het college het bezwaar terecht ongegrond kunnen verklaren nu appellante haar blokkeringsrecht heeft uitgeoefend en daardoor geen medisch advies tot stand is gekomen? Feiten — Appellante (geboren 1983) vroeg op 27 juni 2016 diverse maatwerkvoorzieningen aan bij het college op grond van de Wmo 2015, waaronder individuele begeleiding en paardrijden. Bij besluit van 7 maart 2017 wees het college deze voorzieningen af; een rolstoelvoorziening werd wel toegekend. Een medisch adviseur verrichtte huisbezoek en onderzoek, maar kon geen advies uitbrengen aan het college omdat appellante gebruik had gemaakt van haar blokkeringsrecht. Na de verhuizing van appellante naar een andere gemeente verklaarde het college haar bezwaar bij besluit van 7 november 2017 niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang. De rechtbank vernietigde dit besluit voor zover de proceskosten betreffend, maar oordeelde voor het overige dat van schade en causaal verband niet was gebleken. Overwegingen — In r.o. 4.1 herhaalt de Raad de vaste maatstaf voor procesbelang: sprake is van voldoende procesbelang als het nagestreefd…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken