Centrale Raad van Beroep 2018-03-21 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 21 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:819, zaaknummer 16/6592 WMO15-T, hoger beroep (tussenuitspraak). Kernvraag — Heeft het college bij de toekenning van een pgb voor beschermd wonen op grond van de Wmo 2015 voldoende onderzoek gedaan naar de concrete ondersteuningsbehoefte van appellant, en is het toegekende pgb een toereikende passende bijdrage aan zijn zelfredzaamheid of participatie? Feiten — Appellant (geboren 1979) heeft chronische psychische problematiek, waaronder een autistische stoornis (Asperger) met angsten en depressieve klachten. Onder de AWBZ was hij geïndiceerd voor ZZP 4C GGZ inclusief dagbesteding en ontving hij daarvoor een pgb. Na afloop van die indicatie heeft hij bij het college een maatwerkvoorziening aangevraagd voor hulp en ondersteuning in zijn eigen woonomgeving, in de vorm van een pgb. Het college heeft zonder nader onderzoek de AWBZ-indicatie overgenomen en appellant een pgb voor beschermd wonen exclusief dagbesteding toegekend van € 20.657,68 voor de periode 9 juni tot en met 31 december 2015, gebaseerd op het instellingstarief voor ZZP 4C GGZ. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de beslissing op bezwaar ongegrond. Overwegingen — De Raad stelt in r.o. 4.4.2 voorop dat uit art. 3:2 Awb in samenhang met de artikelen 2.3.2 en 2.3.5 Wmo 2015 volgt dat het college eerst de concrete hulpvraag moet vaststellen, vervolgens de problemen bij zelfredzaamheid en participatie in kaart moet brengen, daarna moet…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken