Centrale Raad van Beroep 2021-09-10 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 10 september 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2305, zaaknummer 20/4492 WMO15, hoger beroep (vereenvoudigd, art. 8:54 Awb). Kernvraag — Is een ingebrekestelling vereist voor het instellen van beroep wegens het niet tijdig nemen van een nieuw besluit op bezwaar, wanneer de Raad bij zijn eerdere uitspraak geen termijn heeft gesteld voor het nemen van dat besluit? Feiten — Bij uitspraak van 29 juli 2020 (ECLI:NL:CRVB:2020:1652) vernietigde de Raad de beslissing op bezwaar van het college en gaf hij opdracht een nieuwe beslissing te nemen, zonder daarbij een termijn te bepalen. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuw te nemen besluit uitsluitend bij de Raad beroep kon worden ingesteld (art. 8:113 lid 2 Awb). Appellante stelde vervolgens beroep in wegens het niet tijdig nemen van die nieuwe beslissing op bezwaar, zonder het college vooraf schriftelijk in gebreke te hebben gesteld. Overwegingen — Appellante betoogde, onder verwijzing naar ABRvS 8 maart 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:673), dat in dit geval geen ingebrekestelling is vereist. De Raad volgt dit standpunt niet. Ingevolge art. 6:12 lid 2 Awb kan beroep wegens niet tijdig beslissen pas worden ingesteld nadat het bestuursorgaan in gebreke is én twee weken zijn verstreken na de schriftelijke ingebrekestelling. Het derde lid van dat artikel biedt een uitzondering wanneer redelijkerwijs niet van de belanghebbende kan worden gevergd dat hij het bestuursorgaan in gebreke stelt. Nu de Raad in zijn u…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken