Centrale Raad van Beroep 2022-10-11 — Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Instantie en datum — Centrale Raad van Beroep, 11 oktober 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2207, zaaknummer 21/1194 PW, hoger beroep. Kernvraag — Heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen, door te weinig betaalde bijstand over 2018 terug te vorderen op grond van art. 58 lid 2 aanhef en onder a PW, gehandeld in strijd met het evenredigheidsbeginsel van art. 3:4 lid 2 Awb? Feiten — Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet met toestemming om haar werkzaamheden als mediatekenares voort te zetten. Het college bracht een geschat maandinkomen van € 300,- op de bijstand in mindering. Appellante leverde de jaarrekeningen over 2016–2018 pas in november 2019 aan. Uit die jaarrekeningen bleek dat appellante in 2017 € 4.485,- en in 2018 € 2.736,42 meer inkomen had ontvangen dan in mindering was gebracht. Het college vorderde het teveel terug, maar zag bij de beslissing op bezwaar af van terugvordering over 2017 omdat het het definitieve recht over 2016 en 2017 niet tijdig had vastgesteld; de terugvordering over 2018 van € 2.736,42 handhaafde het college wel. Appellante stelt medische beperkingen te hebben die haar belemmeren een goede administratie te voeren. Overwegingen — De Raad stelt vast dat het college de herziening en terugvordering heeft gebaseerd op art. 54 lid 3 tweede volzin en art. 58 lid 2 aanhef en onder a PW — derhalve niet op schending van de inlichtingenverplichting — en dat het daarmee een discretionaire bevoegdheid uitoefende (r.o. 4.1).…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken