ECLI:NL:HR:2013:BZ6822

Hoge Raad 2013-04-12 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 12 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ6822, zaaknummer 12/02674, cassatie. Kernvraag — In hoeverre staat een "no cure no pay"-afspraak met een taxateur aan toekenning van een taxatiekostenvergoeding in de weg? En: hoe moet het begrip "zaak" worden uitgelegd bij bezwaar tegen meerdere WOZ-beschikkingen die in één geschrift zijn opgenomen? Feiten — Aan belanghebbende zijn bij één geschrift WOZ-beschikkingen afgegeven voor vier onroerende zaken. In bezwaar zijn de waarden verlaagd en is een kostenvergoeding toegekend. In beroep was uitsluitend de hoogte van de proceskostenvergoeding nog in geschil. Het hof kende geen taxatiekostenvergoeding toe omdat uit de nota bleek dat de taxateur zijn kosten aanpast aan hetgeen in rechte als vergoeding wordt toegekend ("no cure no pay"). Tevens nam het hof vier samenhangende zaken aan in de bezwaarfase en paste het voor de beroepsfase een wegingsfactor 0,5 toe. Oordeel hof — Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het kende geen taxatiekostenvergoeding toe wegens de "no cure no pay"-constructie, kwalificeerde de bezwaarfase als vier samenhangende zaken (wegingsfactor 1,5) en stelde de wegingsfactor in beroep vast op 0,5 omdat enkel de proceskostenvergoeding in geschil was. Overwegingen — De Hoge Raad bespreekt drie middelen. Middel 1 (r.o. 3.2) slaagt. De enkele omstandigheid dat belanghebbende met de taxateur een "no cure no pay"-overeenkomst heeft gesloten op grond waarvan de aan de taxateur te betalen…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken