Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2018-11-15 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15 november 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:4638, zaaknummers 17/00149 en 17/00151, hoger beroep (belastingkamer). Kernvraag — Welke wegingsfactor voor het gewicht van de zaak moet worden gehanteerd bij de berekening van de proceskostenvergoeding in WOZ-zaken, en onder welke omstandigheden rechtvaardigen twee onroerende zaken op één aanslagbiljet toepassing van factor 1,5? Feiten — Belanghebbende is eigenaar van twee bedrijfsobjecten in dezelfde straat. De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarden bij beschikking vastgesteld; in bezwaar is de waarde van één object verlaagd, en in hoger beroep is de waarde van het andere object op het door belanghebbende bepleite niveau vastgesteld. In bezwaar was uitsluitend voor het taxatierapport geen vergoeding toegekend, terwijl partijen in hoger beroep overeenstemming hadden dat daarvoor € 325 vergoed diende te worden. Het geschil in hoger beroep betrof uitsluitend de hoogte van de proceskostenvergoeding (waaronder de toepasselijke wegingsfactor) en de taxatierapportvergoeding. Overwegingen — Het hof grijpt de zaak aan om richtsnoeren te formuleren voor de proceskostenvergoeding in het ressort, met de uitdrukkelijke kanttekening dat afwijkingen steeds mogelijk blijven al naar gelang de omstandigheden van het concrete geval (r.o. 4.6). Algemene uitgangspunten (r.o. 4.6.1): De vergoeding wordt berekend op basis van het op het moment van uitspraak geldende tarief (r.o. 4.6.1.2). De vergoeding wordt…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken