Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2021-11-11 — Bestuursrecht; Belastingrecht
Instantie en datum — Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11 november 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:3315, zaaknummer 20/00305, hoger beroep. Kernvraag — Heeft de heffingsambtenaar terecht de bezwaarprocedure doorlopen tegen de afwijzing van een dwangsom wegens niet tijdig beslissen, en over welke periode is de dwangsom verschuldigd? Voorts: welk tarief (laag of hoog) geldt voor de proceskostenvergoeding in de bezwaarfase bij een dwangsomgeschil dat samenhangt met een belastingbesluit? Feiten — Bij besluit van 24 april 2018 stelde de heffingsambtenaar de WOZ-waarden van twee onroerende zaken vast. Belanghebbende maakte op 30 april 2018 bezwaar. Bij brief van 28 december 2018 deelde de heffingsambtenaar verdaging mee voor zes met name genoemde bezwaarschriften van de gemachtigde, met de toevoeging dat de verdaging ook geldt voor eventueel ontbrekende bezwaarschriften; de naam van belanghebbende werd niet vermeld. Op 2 januari 2019 stelde de gemachtigde de heffingsambtenaar in gebreke. Bij uitspraak op bezwaar van 26 februari 2019 verlaagde de heffingsambtenaar de WOZ-waarden en stelde hij tevens vast dat hij geen dwangsom verschuldigd was. Belanghebbende maakte bezwaar tegen die afwijzing van de dwangsom; dat bezwaar werd op 9 april 2019 ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde de dwangsom vast op € 1.127. Overwegingen — Over de ontvangst van de ingebrekestellingen oordeelt het hof in r.o. 4.9 dat ter zitting overeenstemming is bereikt dat de ingebrekestel…
Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken