ECLI:NL:HR:2016:1323

Hoge Raad 2016-07-05 — Strafrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad der Nederlanden, 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1323, zaaknummer 15/00605, cassatie. Kernvraag — Kan het medeplegen van een poging tot inbraak worden bewezen op grond van de bewijsmiddelen wanneer de verdachte weliswaar kort na het feit in verdachte omstandigheden wordt aangetroffen, maar zelf geen verklaring heeft gegeven voor zijn aanwezigheid? Feiten — Op 21 mei 2014 werd op drie plaatsen gepoogd in te breken in een woning te Montferland. Buurtbewoners zagen vier personen bij de achterdeur van de woning staan naast een geparkeerde donkere Volkswagen Polo. Toen een buurman achteruitreed, stapten de vier personen haastig in de auto en reden weg. Na een politieachtervolging verliet het viertal de auto; vanuit het rijdende voertuig werden handschoenen gegooid. Alle vier verdachten, waaronder de verdachte, werden in de buurt aangehouden. Op de achterbank van de auto troffen verbalisanten inbrekerswerktuig aan (schroevendraaier en breekijzer) en handschoenen waarvan de profielen overeenkwamen met bij de woning veiliggestelde handschoen- en werktuigsporen. De verdachte gaf geen verklaring voor zijn aanwezigheid. Oordeel hof — Het hof heeft op grond van de gebezigde bewijsmiddelen het medeplegen van de poging tot inbraak bewezen verklaard. Het hof overwoog dat de verdachte samen met zijn drie mededaders naar de woning was gereden, dat het viertal gezamenlijk rondom de woning liep en samen bij de achterdeur is gezien, dat zij gezamenlijk zijn vertrokke…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken