ECLI:NL:HR:2021:1615

Hoge Raad 2021-10-29 — Civiel recht; Verbintenissenrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Hoge Raad, 29 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1615, zaaknummer 20/01558, cassatie. Kernvraag — Wie is geldnemer bij een geldlening die is aangewend ter financiering van vastgoedverwerving door een derde: de partij met wie wilsovereenstemming is bereikt, of de partij die het geleende geld feitelijk heeft gebruikt? Voorts: mocht het hof het oordeel van de rechtbank — dat Solidiam als geldnemer aansprakelijk is — vernietigen, hoewel [eiser] daartegen geen grief had gericht? Feiten — [eiser] heeft in 2010 tweemaal een bedrag van € 1.200.000 overgemaakt aan een notaris in verband met de gezamenlijke aankoop van een vastgoedportefeuille van SBZ door Solidiam en [B] B.V. Het vastgoed in Barneveld is geleverd aan [A] , die als "nader te noemen meester" was aangewezen. [A] heeft rentefacturen van [eiser] voldaan; vanaf 2012 zijn rentenota's onbetaald gebleven. [eiser] heeft achtereenvolgens [betrokkene 1] en de erven [erflater] , [A] en Solidiam aangeschreven en de lening opgezegd. De rechtbank oordeelde dat Solidiam de geldnemer was en wees de vordering van € 2.761.010,72 tegen haar toe. Het hof oordeelde in de gevoegde hoger-beroepszaken dat [A] als geldnemer moest worden aangemerkt, vernietigde het vonnis en veroordeelde [A] ; de vordering jegens Solidiam werd afgewezen. Oordeel hof — Het hof redeneerde dat [A] als geldnemer heeft te gelden omdat het geld is aangewend voor de verwerving van het Barneveld-vastgoed door [A] , het dossiernummer op de betaling overe…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken