ECLI:NL:RBZWB:2022:1258

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2022-03-10 — Bestuursrecht; Belastingrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 maart 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:1258, zaaknummers BRE 18/5825 t/m 18/5827, eerste aanleg enkelvoudig. Kernvraag — Heeft een buiten Nederland gevestigde beleggingsinstelling (bbi) op grond van het Unierechtelijke vrije verkeer van kapitaal recht op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting omdat zij vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling (fbi), in het bijzonder gelet op de regeling van de afdrachtvermindering van art. 11a Wet op de dividendbelasting 1965? Feiten — Belanghebbende, een buiten Nederland gevestigde beleggingsinstelling, heeft verzocht om teruggaaf van in Nederland ingehouden dividendbelasting over de boekjaren 2013, 2014 en 2015. Zij beroept zich op het Unierecht en stelt vergelijkbaar te zijn met een fbi. Op grond van het overgangsrecht van art. XXVI, leden 8 en 9, Wet Overige fiscale maatregelen 2008 (Stb. 2007, 563) is voor deze boekjaren de regeling van de afdrachtvermindering van toepassing. De inspecteur heeft de teruggaafverzoeken afgewezen; het bezwaar daartegen is ongegrond verklaard. Overwegingen — De rechtbank stelt voorop dat de Hoge Raad bij arrest van 8 april 2021 (ECLI:NL:HR:2021:506), naar aanleiding van prejudiciële vragen van Gerechtshof 's-Hertogenbosch, heeft beslist dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door de omstandigheid dat bbi's, omdat zij in Nederland niet inhoudingsplichtig zijn voor de dividendbelasting, niet in aanmerking komen voor de afdracht…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken