ECLI:NL:RBMNE:2023:4481

Rechtbank Midden-Nederland 2023-09-04 — Bestuursrecht

Samenvatting

Instantie en datum — Rechtbank Midden-Nederland, 4 september 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:4481, zaaknummer UTR 21/4827, eerste aanleg meervoudig. Kernvraag — Wat is de juiste WOZ-waarde van de woning? Daarnaast: welk forfaitair tarief geldt bij overschrijding van de redelijke termijn in WOZ-zaken, en welke wegingsfactoren (Besluit proceskosten bestuursrecht) moeten worden gehanteerd in WOZ-zaken en verwante zaakstromen? Feiten — De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van een bovenwoning (216 m², verouderde voorzieningen, matige staat van onderhoud) voor belastingjaar 2021 vastgesteld op € 890.000,-. Na bezwaar is de waarde verlaagd naar € 842.000,-. In beroep erkent de heffingsambtenaar dat ook die waarde te hoog is en verdedigt hij € 635.000,-. Eiser staat een waarde van € 582.000,- voor. Het bezwaarschrift is ingediend op 12 april 2021; de uitspraak wordt gedaan op 4 september 2023, ruim vier maanden na het verstrijken van de redelijke termijn van twee jaar. Overwegingen — De rechtbank behandelt drie onderwerpen. WOZ-waarde (r.o. 3–6) De heffingsambtenaar maakt met een taxatiematrix op basis van vier vergelijkbare referentiewoningen aannemelijk dat een waarde van € 635.000,- niet te hoog is. Dat de verkoopdatum van één referentiewoning meer dan 12 maanden voor de waardepeildatum ligt, is geen beletsel nu die woning qua type, voorzieningen, onderhoudsstaat en ligging goed vergelijkbaar is en voor het tijdverloop is gecorrigeerd. Niet vereist is dat rekenkundig is uitgewerkt h…

Gerelateerde uitspraken

Belangrijke uitspraken en standaardarresten · Nederlandse rechtspraak doorzoeken